Reflecties
Soms vraagt leiderschap niet om nieuwe antwoorden, maar om ruimte om anders te kijken.
Op deze pagina verzamel ik teksten die zijn ontstaan uit reflectie, onderzoek en ervaring in het werken met leiders.
Geen adviezen, geen conclusies, geen actualiteit —
maar pogingen om woorden te geven aan wat vaak onder de oppervlakte blijft.
Over liefde in leiderschap
Liefde is een ongemakkelijk woord in leiderschap.
Niet omdat leiders het niet kennen, maar omdat het moeilijk te plaatsen is in een context
van verantwoordelijkheid, macht en resultaat. In organisaties spreken we liever over visie,
waarden of betrokkenheid. Liefde lijkt te persoonlijk, te vaag, of te zacht voor de werkelijkheid
waarin besluiten genomen moeten worden.
Tegelijkertijd is het juist in leiderschap dat het ontbreken van liefde voelbaar wordt.
In leegte. In cynisme. In systemen die blijven draaien terwijl mensen langzaam afhaken.
Veel leiders functioneren goed, dragen verantwoordelijkheid en houden overzicht — en merken toch dat iets verschraalt.
Niet omdat zij falen, maar omdat er iets wezenlijks uit beeld raakt.
Dit essay is geen pleidooi om liefde toe te voegen aan leiderschap.
Het is een verkenning van wat zichtbaar wordt wanneer liefde ontbreekt — en wat er kan ontstaan
wanneer zij opnieuw wordt toegelaten, niet als gevoel, maar als innerlijke houding.
Waar deze vraag vandaan komt
Mijn belangstelling voor minder functionerende organisaties ontstond vroeg.
Aan de keukentafel thuis ging het vaak over werk, verantwoordelijkheid en wat er gebeurt wanneer systemen niet meer kloppen.
Over mensen die vastlopen, over loyaliteit die knelt, en over hoe het menselijke soms langzaam uit beeld raakt
zonder dat iemand dat zo bedoelt. Die gesprekken maakten me gevoelig voor wat zich onder rollen, structuren en prestaties afspeelt.
Veel later, tijdens een training, kwam de vraag dichterbij. Een man stelde me onverwacht de vraag:
“Houd je van jezelf?”
Ik kon alleen maar eerlijk antwoorden. En ik moest bekennen dat dit niet zo was.
Die vraag werkte door. Niet als oordeel, maar als uitnodiging tot onderzoek.
Wat betekent liefde eigenlijk, wanneer ze niet romantisch of sentimenteel wordt opgevat, maar als iets
dat raakt aan verantwoordelijkheid, aanwezigheid en eerlijk kijken?
En hoe verhoudt die vraag zich tot leiderschap — een plek waar vaak veel van iemand wordt gevraagd,
maar weinig ruimte is om stil te staan bij wat er van binnen gebeurt?
Wat we bedoelen als we over liefde spreken
Liefde in deze context heeft weinig te maken met aardigheid of zachtheid.
Zij vraagt ook niet om minder helderheid of minder begrenzing. Integendeel.
Liefde is hier een vorm van innerlijke discipline.
Bell Hooks beschrijft liefde als “the will to nurture one’s own or another’s spiritual growth.”
M. Scott Peck spreekt over liefde als “the will to extend oneself for the purpose of nurturing one’s own or another’s spiritual growth.”
Wat deze benaderingen gemeen hebben, is dat liefde geen gevoel is, maar een wil —
een actieve bereidheid om betrokken te blijven bij wat zich aandient, ook wanneer dat ongemakkelijk wordt.
In mijn eigen woorden is liefde in leiderschap het vermogen om het wezenlijke te blijven zien —
in jezelf en in de ander. Niet het ideale beeld, niet de rol, maar wat werkelijk aanwezig is.
Wanneer liefde ontbreekt
Wanneer deze vorm van liefde ontbreekt, wordt leiderschap snel technisch.
Besluiten worden rationeel onderbouwd, processen geoptimaliseerd en structuren aangescherpt —
terwijl de verbinding met het eigen innerlijk kompas verzwakt. Wat ooit betekenisvol was, wordt routine.
Wat richting gaf, wordt taak.
Dit laat zich zien in morele vermoeidheid, in leegte en in een groeiend gevoel van zinloosheid.
Niet alleen bij medewerkers, maar juist ook bij leiders zelf. De druk om door te gaan is groot,
terwijl de ruimte om stil te staan ontbreekt.
In veel organisaties wordt deze leegte gecompenseerd met nieuwe modellen, trainingen of veranderprogramma’s.
Zelden wordt de vraag gesteld wat deze leegte eigenlijk wil zeggen — of wat zij vraagt.
Liefde als innerlijk werk
Liefde in leiderschap vraagt in de eerste plaats om innerlijk werk.
Niet in de zin van zelfverbetering, maar als bereidheid om eerlijk te kijken naar wat er in jezelf leeft.
Dat betekent ook het onder ogen zien van schaduw — van angst, controlebehoefte, vermijding of oude loyaliteiten.
Dit innerlijke werk is geen therapie en geen introspectieve luxe.
Het is een noodzakelijke voorwaarde om verantwoordelijkheid te kunnen dragen zonder jezelf te verliezen.
Wie zichzelf niet werkelijk ziet, zal ook de ander slechts gedeeltelijk kunnen zien.
Leiderschap krijgt hier een andere betekenis. Niet als sturen of beheersen, maar als aanwezig blijven.
Als het vermogen om niet weg te kijken wanneer spanning ontstaat — in jezelf, in relaties,
of in het systeem waarvan je deel uitmaakt.
Liefde en verantwoordelijkheid
Liefde in leiderschap betekent niet dat alles kan of moet. Zij vraagt juist om helder begrenzen.
Om keuzes die soms pijnlijk zijn, maar wel kloppen. Liefde maakt leiderschap niet eenvoudiger, maar wel waarachtiger.
Wanneer leiders hun innerlijke waarneming serieus nemen, ontstaat er ruimte voor een andere vorm van regie.
Geen controle, maar helderheid. Geen maakbaarheid, maar richting.
Besluiten worden niet alleen genomen vanuit effectiviteit, maar ook vanuit integriteit.
Een open einde
Misschien vraagt leiderschap minder om nieuwe vaardigheden en meer om de moed om aanwezig te blijven bij wat wezenlijk is.
Om het ongemak niet meteen op te lossen, maar eerst te zien.
Om liefde niet te reduceren tot een woord, maar te leven als een innerlijke houding van aandacht en verantwoordelijkheid.
Wat er dan ontstaat, laat zich niet vastleggen in modellen.
Het vraagt om vertraging, om reflectie, en om de bereidheid om jezelf steeds opnieuw onder ogen te komen.
Misschien is dat wel waar leiderschap begint.
Deze tekst is bedoeld als reflectie. Niet als conclusie, niet als uitnodiging tot actie.